Het riviertje De Berkel dat in Duitsland bij Billerbeck ontspringt en uitmondt in de IJssel bij Zutphen, is vroeger voor de daaraan liggende plaatsen van grote betekenis geweest. Men kan het zich nu niet meer voorstellen dat op dit onaanzienlijke riviertje scheepvaart is geweest en dat er met de daarvoor gebruikte zompen goederen over werden vervoerd. De Berkel was niet alleen van belang voor de scheepvaart, maar ook voor de waterkracht die ze leverde voor het in beweging brengen van de raderen van de watermolens.

Op een lijst van goederen uit 1188 is al sprake van een molen aan de Berkel. Tot 1918 hebben er aan De Berkel in Eibergen zelfs twee molens naast elkaar gestaan, een korenmolen en een oliemolen. De molenaar moest natuurlijk bij de molens wonen. Het is dan ook zeker dat er bij de Mallumse molens steeds een muldershuis is geweest. In 1753 is voor het al bestaande ‘lösse hoes’ het dwarshuis aangebouwd. Het achterhuis is van een andere datum en heeft een gewone kapconstructie, de kap van dit nieuwe gedeelte heeft zware, prachtig geconstrueerde kapgebinten, zoals men die maar zelden aantreft. Dit nieuwe voorhuis met zijn ‘Herenkamer’ is destijds waarschijnlijk gebouwd voor baron van Mulert, om er op verhaal te komen na een vermoeiende jachtpartij of om er te genieten van het landschap met zicht op het sluisje uit 1643 en de bedrijvige raderen van de molens.
In 1895 komen de molens en het muldershuis in handen van het Waterschap van de Berkel en in 1918 wordt de oliemolen gesloopt. In 1924 verwerft molenaar Johan Thijsen het muldershuis met alle daarbij behorende gronden. De korenmolen blijft van het waterschap. In de dertiger jaren verliest de molenaar steeds meer klanten aan de maalderijen van de Boerencoöperaties en wordt hij boer. In 1938 begint hij er ook een theeschenkerij en verhuurt hij roeibootjes. Er was toen al een ‘zweminrichting’ met badhokjes. Op de winterfoto links ziet u die badhokjes en daarachter is het puin nog zichtbaar van de gesloopte oliemolen. Op de foto rechts vermaakt een groep zwemmers zich bij de molen in 1931.

Na 1943 heeft de molen vrijwel niet meer gedraaid en raakt deze snel in verval. In 1949 wordt er in het muldershuis tevens een klein cafébedrijfje begonnen. De ‘Herenkamer’ wordt de gelagkamer. De in 1948 opgerichte Stichting De Mallumsche Molen heeft zich intussen over de vervallen molen ontfermd. Rond 1950 wordt de oude molen prachtig gerestaureerd en weer geheel bedrijfsklaar gemaakt.
In 1966 verlaten de laatste bewoners het muldershuis en beginnen storm, regen en later de jeugd met de sloop van dit eens zo prachtige, historische pand. Als Stichting De Mallumsche Molen in 1968 door aankoop eigenaresse wordt is restauratie dringend nodig. Monumentenzorg en de gemeente worden ingeschakeld om dit te kunnen realiseren. Dat blijft helaas, ook na jaren van onderhandelen zonder resultaat. In 1974 wordt er daarom een comité opgericht om te trachten met eigen krachten en met hulp van de bevolking het muldershuis van de ondergang te redden. Links op de foto het muldershuis nog in bewoonde staat in 1963. Rechts de totaal vervallen achterzijde in 1974.

Tijdens deze actie blijkt de liefde van de Eibergse bevolking voor dit bijzondere plekje bij de molen aan de Berkel. Van alle kanten wordt er hulp geboden in de vorm van arbeid, materiaal en geld. Begin 1977 is de restauratie voltooid en is het muldershuis weer in oude glorie hersteld.
Genieten bij Het Muldershuis | Ontdek het mooie Berkelland |